Missie en principes

Missie

Ondersteuningsnetwerk West-Brabant-Brussel ondersteunt scholen in de groei naar inclusief onderwijs in een inclusieve samenleving, met het oog op scholen handelingsbekwamer te maken in het omgaan met leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in functie van hun leren en participatiekansen.

Als co-creatief, innovatief en lerend netwerk zetten we in op organiseren van ondersteuning én professionaliseren van ondersteuners om schoolteams, leerkrachten en leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften hieromtrent te ondersteunen met het oog op maximaal effect op de klasvloer.

Principes

Co-creatie

Gewone en buitengewone scholen brengen op gelijkwaardige basis en in co-creatie de expertise samen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en de leraren(teams) die met deze leerlingen werken, te ondersteunen.

De ondersteuning gebeurt in een samenwerking tussen buitengewoon en gewoon onderwijs. Leerkrachten en ondersteuners delen hun expertise op gelijkwaardige basis. Ze inspireren en motiveren elkaar en bouwen verder op wat werkt. Ze werken samen op basis van concrete afspraken en denken samen na over hoe onderwijs op maat te realiseren op de verschillende niveaus.

Met respect voor en voldoende vertrouwen in ieders expertise zoeken we samen naar oplossingen.

Ondersteuning op maat

We werken volgens een vraaggestuurd ondersteuningsmodel waarbij de school een aanmelding doet.

Ondersteuning kan leerling-, leerkracht- of teamgericht zijn. De vraag wordt gesteld door de gewone school aan het centrale zorgloket. Dit gebeurt altijd in samenspraak met het CLB en de ouders. Centraal hierbij staan de specifieke onderwijsbehoeften (SOB) van de leerling en de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht(en).

Flexibele inzet

Flexibiliteit is zowel op gebied van de aard (leerling-, leerkracht- en/of teamniveau), intensiteit (zolang als nodig en niet langer met regelmatige evaluatie), tijd (korte periode/langere periode) en frequentie (aantal tijdsdelen, dagen, weken, maanden, …) van de ondersteuning.

De beschikbare ondersteuningstijd wordt flexibel verdeeld in samenspraak met het ONW, de scholen (directie, zorgteam, leerkrachten, …), het CLB, PBD, ouders en andere partners op basis van de specifieke onderwijsbehoeften van de leerling en ondersteuningsnoden van de leerkracht die gesteld worden.

Ondersteuning kan meer flexibel worden ingezet, ook in de loop van een schooljaar.

Efficiënte inzet

We streven naar een minimum aan versnippering van opdrachten: een ondersteuner wordt verbonden met een beperkt aantal scholen om een constructief partnerschap op te bouwen met zijn deskundigheid en met zijn niveau-overschrijdend multidisciplinair (mini-)team achter zich waar hij ten rade kan gaan. De reistijden van ondersteuners proberen we te beperken.

De ondersteuners zijn georganiseerd in miniteams waardoor ondersteuners hun ondersteuning in de verschillende scholen kunnen bevragen, expertise delen en samen oplossingen bedenken.

Ondersteuning wordt geboden tot de leerling, de leerkracht en het team op eigen kracht verder kunnen. Hierbij streven ernaar de competenties van de leerkrachten te versterken.

Maximaal effect op de klasvloer

De ondersteuning die het ondersteuningsnetwerk biedt, is voelbaar tot op de klasvloer.

Een leerling tijdelijk/occasioneel uit de klas halen blijft mogelijk, maar het blijft steeds de bedoeling om de leerling terug te laten participeren in het klasgebeuren in functie van maximale transfer van het geleerde.

We zetten in op coaching van de leerkracht in de klas. Ook op teamniveau zijn acties mogelijk in functie van ingaan op de noden van de leerling om tot leren te komen.

Samen met de school op zoek gaan naar welke verschillende organisatorische mogelijkheden er zijn (overleg, …).

Zorgregie in de gewone school

Eigenaarschap en regie van een efficiënte leerlingenbegeleiding blijft bij de school: zij zijn eigenaar van de uitbouw van de brede basiszorg en de verhoogde zorg (fase 0 en 1).

De school is verantwoordelijk voor het leren van het kind. Hiervoor kan de school hulp inroepen van het ONW vanaf fase 2 na indicatiestelling van het CLB, om dan samen met hen verder op zoek te gaan naar de verdere stappen die de school kan ondernemen in functie van het leren en participeren van de leerling.

School stelt de vraag naar ondersteuning. Ondersteuners hebben hier een tijdelijke, aanvullende rol. School geraakt hierdoor versterkt in zijn aanpak, zorg en past deze autonoom toe. Het zorgbeleid en de aanpak kan samen met het ONW verder ontwikkelen.

Ouders betrekken in dit ondersteuningsproces is belangrijk en ligt in de handen van de school.

Recht op ondersteuning

In geval van een inschrijvingsverslag of (gemotiveerd) verslag is er recht op ondersteuning.

In begin, maar ook doorheen het schooljaar kunnen leerlingen met een (gemotiveerd) verslag aangemeld worden voor ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk.

Elke ondersteuningsvraag moet worden beantwoord. De geboden ondersteuning kan leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn, maar moet altijd voelbaar zijn tot in de klas.

Professionalisering

Aanwezige multidisciplinaire expertise in elk team verbreden en verdiepen via intervisie, vorming, casusbesprekingen, collegiale consultatie etc. in multidisciplinaire miniteams expertises en in expertisecellen.

We zetten hier volop in op leren van elkaar.