Flexibiliteit van ondersteuning

Eén van de principes van het ondersteuningsmodel is de flexibiliteit van de ondersteuning. Op basis van de noden bij leerling, leerkracht en school bekijken we hoe de frequentie en intensiteit van de ondersteuningen het best ingeschaald kunnen worden. Het uitgangspunt is hierbij steeds om zo’n kwaliteitsvol mogelijke ondersteuning te bieden op de klasvloer. In dit nieuwsbericht bespreken we enkele handvatten om ondersteuning flexibel in te zetten. 

Het flexibel inzetten van ondersteuning en de prioritering gebeurt op basis van inhoudelijke aspecten. Inhoudelijk kan het bijvoorbeeld interessant zijn om korte tijd intense ondersteuning in te zetten omdat de winsten voor leerling en leerkracht en school groot zijn. Ook hoge noden kunnen de intensiteit van ondersteuning mee bepalen. Zo kan het nodig zijn om ondersteuning intensiever in te zetten wanneer het leren en participeren van de leerling op een bepaald moment ernstig in het gedrang komt.  

Wanneer ondersteuner en school afstemming bereiken over het prioriteren van vragen en de doelstellingen, wordt de intensiteit en de frequentie van ondersteuning ingeschaald. Zo kan er voor de ene ondersteuning een extra moment voorzien worden, is het voor een andere ondersteuning maar tweewekelijks nodig en voor een derde enkel op specifieke momenten (bv. examens). Deze manier van werken zorgt ervoor dat ondersteuners hun traject op maat kunnen inzetten. Gelijkaardige ondersteuningsvragen in eenzelfde klas/school bundelen en kleine, concrete doelen formuleren, zijn praktische zaken die het flexibel inzetten van ondersteuning vergemakkelijken. 

De school is in deze prioritering een belangrijke partner. Zij hebben een goed zicht op welke vragen voor hen het meest urgent zijn, op welke doelen zij als eerste willen focussen etc. Het is daarom cruciaal dat de ondersteuners en de school goed en regelmatig met elkaar afstemmen. Deze afstemming kan tijdens een formeel ‘afstemmingsgeprek’ gebeuren, maar ook eventueel informeel tussendoor.